Wanneer je helemaal niets doet -niet lichamelijk, niet geestelijk, op geen enkel niveau- wanneer alle activiteiten zijn gestopt. En je zuiver en alleen bent, dan is dat meditatie.
Je kunt meditatie niet doen, je hoeft het alleen te begrijpen.
Wanneer je ook maar eventjes tijd kunt vinden om er gewoon te zijn, laat dan alle activiteiten varen. Denken is ook doen, concentratie is ook doen, contemplatie is ook doen.
Zelfs als je maar 1 ogenblik niets doet en je precies in je centrum bent, totaal ontspannen-dan is dat meditatie.
Als je dit eenmaal door hebt, kun je zolang als je wilt in die toestand blijven, uiteindelijk 24 uur per dag. Als je je eenmaal bewust geworden bent van de manier waarop je innerlijk onverstoord kan blijven, kun je langzamerhand iets gaan doen terwijl je blijft opletten dat je innerlijk niet bewogen wordt.
Dat is de tweede stap van meditatie. Eerst moet je leren er alleen maar te zijn en vervolgens leer je simpele handelingen uit te voeren: de vloer dweilen, een douche nemen, terwijl je innerlijk bij jezelf blijft. Daarna kun je ingewikkelde dingen doen. Ik praat bijvoorbeeld tegen jullie, maar mijn meditatie wordt niet verstoord. Ik kan doorgaan met spreken, maar diep in mij is er zelfs geen rimpeling; het is er volkomen stil.
Meditatie is dus geen actie. Je hoeft je niet aan het leven te ontrekken. Meditatie leert je een nieuwe manier van leven; je wordt het centrum van de cylcoon.
Je leven gaat verder, maar het wordt veel intenser. Er komt meer vreugde, meer helderheid, meer inzicht en meer creativiteit- en toch ben je meer op afstand, alsof je op een heuvel zit te kijken naar wat er om je heen gebeurt. Je doet niets, je kijkt alleen maar.
Dat is het geheim van meditatie: Toeschouwer worden. Het doen gaat op zijn eigen niveau verder , moeiteloos: houthakken, water uit de bron halen, je kunt alles doen behalve dit ene: Innerlijk uit evenwicht raken. Dit gewaarzijn , die oplettendheid dient absoluut helder en onverstoord te blijven.

-Osho-